Konijnen en cavia's



Cavia’s

Cavia’s werden in Peru circa 3000 jaar geleden huisdieren. De Peruanen fokten ze voor het vlees, de huid, het bont, gaven ze mee aan de doden in hun graf en offerden ze ook aan de goden. Het zijn sociale dieren die, in het wild, op grasvlaktes in groepjes leven bestaande uit één mannetje, een aantal vrouwtjes en de jongen. In het wild slapen ze in ondiepe holen. Cavia’s zijn nestvlieders, de jongen kunnen kort na de geboorte mee vluchten mocht dit nodig zijn. Ze zijn weinig atletisch, springen en klimmen gaat hen niet gemakkelijk af. Cavia’s zijn voor knaagdieren aan de grote kant, ze wegen tussen 500 en 1500 gram. Ze hebben kleine oortjes die bijna onbehaard zijn en hebben geen staart. Cavia’s kunnen verschillende soorten geluiden maken waarmee ze veel duidelijk kunnen maken aan elkaar. Ze horen en ruiken ontzettend goed. Hun gezichtsveld is groot zodat ze vijanden kunnen zien aankomen en ze kunnen veel kleuren onderscheiden. Ze laten zich niet makkelijk oppakken, omdat het vluchtdieren zijn. Het vrouwtje noemt men zeug, het mannetje beer.

Konijnen

Konijnen zijn echte groepsdieren. Elk konijn moet gezelschap hebben van minstens één ander konijn. Ze zijn territoriaal ingesteld: nieuwkomers zien ze als indringers dus koppelen moet op een onbekende plek. Een konijn in een hok is niet meer van deze tijd. Konijnen moeten kunnen bewegen, spelen, graven en slapen. Een droog hok is noodzakelijk, omdat  niet van regen en al helemaal niet van natte voeten houden. Met tocht en harde wind zijn konijnen ook niet blij. Het beste is een beschutte en schaduwrijke plek, want konijnen verdragen alles beter dan hitte en felle zon. Het belangrijkste voer voor een konijn is gras (geen gemaaid gras!) en als dat niet beschikbaar is: hooi. Daar zijn niet alleen hun maag en darmen op ingesteld, ook hun tanden en kiezen hebben dit type voer nodig om te slijten. Daarnaast kunnen matige hoeveelheden konijnen brokjes, groente, kruiden en knaagtakken ( ter voorkoming van olifantstanden ) gegeven worden. Konijnen moeten 1 keer per jaar gevaccineerd.


Wij hebben verschillende konijnenrassen op onze boerderij:

Vlaamse Reus   "Keesje, Minne, Maxiem"

De Vlaamse reus is een Belgisch konijnenras dat al raszuiver was in de 19e eeuw. Zijn oorsprong ligt waarschijnlijk in het Oost-Vlaamse Gent. Eenmaal volwassen, weegt het dier zo’n 8 kg. Reuzen zijn minstens 65 cm lang, de oren minimaal 17 cm. De voedster heeft een smallere kop dan de rammelaar en onder de kop soms een wam waarin vetreserves aangelegd kunnen worden voor hun kroost. Vooral bij Vlaamse reuzen is het geven van groenvoer ook belangrijk, net zoals goed hooi. Ze bevatten beide die vezels die goed zijn voor de darmflora. Een konijn moet telkens veel water ter beschikking hebben. De Vlaamse reus is kindvriendelijk, heeft een goedmoedig, betrouwbaar en rustig karakter.

Rex widder   'Yin"

Een rex widder is een temperamentvol, goedaardig hangoorkonijn met meegaande aard. De Rex heeft een hele zachte bijna fluweelachtige haarstructuur. Het haar is erg dicht ingeplant en overal even lang, dit geeft het konijn zijn bijzondere fluweelachtige look. De Rex heeft veel onderwol en geen dekharen waardoor u dit konijn af en toe zal moeten borstelen en dan voornamelijk in de ruiperiode. Kinderen vergelijken de vacht hier meermaals met de vacht van een geschoren schaapje, super zacht! De wimpers en snorharen van een Rex zijn in tegenstelling tot de andere konijnensoorten altijd gekruld.

Dwergkonijn   "Wenny, Stientje, Chrissie"

Een Dwergkonijn is een erg vriendelijk en klein konijn. Het gemiddelde gewicht van een dwergkonijn is 900 gram. Mede dankzij het vriendelijke karakter en het klein formaat is het dwergkonijn populair als huisdier. Onder het type dwergkonijn behoren drie konijnenrassen: kleurdwerg, pooltje en de Nederlandse hangoordwerg. Dwergkonijnen worden circa vijf jaar oud. Oorspronkelijk komt het dwergkonijn uit de Verenigde Staten. Een dwergkonijn is te herkennen aan zijn kleine postuur, korte oren en effen  vacht.

Angora dwergkonijn    "Harry"

Het Angora konijn is het oudste konijnenras dat we kennen, het komt rond 1500 al voor in Engeland. De naam is ontleend aan de Turkse provincie Angora, waar de langharige Angorogeit vandaan komt. Het Angora konijn werd vooral gefokt om zijn wol.  Het is een rustig en goedaardig konijn. Ze moeten vaak losjes geborsteld worden, af en toe moet de vacht geschoren of geknipt worden om ernstige klitten te voorkomen. Hij is moeilijk op een ondergrond van stro, hooi of zaagsel te houden omdat dit materiaal zich vastzet in de vacht.

Hangoorkonijn     "Tijger, Paper, Wisper, Belle"

Dit konijn is niet agressief, heeft een rustig karakter, wil graag geaaid worden en heeft een grappig uiterlijk. Kortom erg geschikt voor kinderen.  De recht langs het kopje hangende lepelvormige oren, hangen met de oorschelp naar binnen gedraaid. Deze konijnen horen daarom minder goed dan konijnen met rechtopstaande oren. De vacht is zacht en glanzend. De haartjes zijn dicht ingeplant en de lengte is normaal. Er is veel onderhaar aanwezig. Dit onderhaar gebruiken de konijnen weer om een nest van te bouwen.

Hollander   "Jacob, Jonas"

De Hollander komt anders dan haar naam doet verwachten oorspronkelijk uit Engeland. Het konijnenras behoort samen met de klein zilver en de Tan tot de oudste konijnenrassen ter wereld. Dit konijnenras is bijzonder geschikt om te trainen. Een Hollander konijn is erg vriendelijk en hierdoor geschikt als huisdier, ook in combinatie met kinderen. Het konijn wordt circa 9 jaar oud en heeft een gemiddeld gewicht van 3 kilogram. Een belangrijk kenmerk van het Hollander konijn is de korte, bolvormige snuit met een bles tussen de ogen doorlopend naar de oren.

Hotot      "Cleo"

Onze Hotot heet Cleo, naar Cleopatra, vanwege de rondom zwartgetekende ogen. De zuiver witte van Hotot is een Frans ras ontwikkeld door Eugenie Bernard. Ze is een van de weinige vrouwen uit de geschiedenis die een belangrijke rol heeft gespeeld in de konijnenfokkerij. De naam dankt het ras aan het dorp waar mevrouw Bernard woonde, Hotot en Auge. Het wordt beschouwd als een van de moeilijkste rassen om te fokken omdat de voorgeschreven zwarte oogringen zich moeilijk laten vastleggen. De vacht heeft een normale lengte, is dicht ingeplant, vol en veerkrachtig, met een sterke glans.

Konijnen zijn actieve, slimme dieren die samen met een soortgenoot gehouden dienen te worden. Het is leuk om te zien hoe de dieren bij elkaar liggen, samen rondrennen of elkaar wassen. Voor konijnen is het belangrijk dat ze kunnen graven, springen, knagen, verstoppen en spelen. Daarom huisvesten wij al onze konijnen in groepen en hebben ze allen een vocht en tochtvrij binnenverblijf en een ruim buitenverblijf met deels tegels, deels zand. Alle verblijven worden elke dag schoongemaakt en de inrichting van de verblijven wordt regelmatig veranderd zodat het spannend blijft voor de konijnen. Verder krijgen ze naast hooi en brokken bijna elke dag groente en fruit of takken.

knuffelverhaaltjes

Kleine oorjes

Wel zes kinderen zitten met hun benen rechtuit, hun schoenen op een krukje en een kussentje op schoot. Ze komen om te knuffelen. Maria van de kinderboerderij deelt cavia's en konijnen uit. 'Ik wil Dropje!' zegt Emma. Als ze het zwarte dwergkonijn op schoot krijgt begint ze het te borstelen met een klein borsteltje. Aaien met je handen mag ook, maar dat vinden niet alle kinderen fijn. Nu mag Dropje naar een ander meisje. Ze krijgt een borsteltje aangereikt, maar ze pakt het konijntje lekker vast met haar handen.
Iris knuffelt vandaag met konijn Selma, ze aait haar met een borsteltje. Iris heeft een paar favorieten. ‘Selma, Wouter en Dropje’, somt ze op. Waarom vindt ze die zo leuk? ‘Omdat ze van die kleine oortjes hebben.’  Komt ze hier vaak? ‘Gewoon, af en toe’, zegt ze.
Dan is het knuffeluurtje voorbij. Iris geeft haar konijn een kusje. ‘Doei Selma!’ Dan legt ze haar borsteltje in de bak en het kussentje op de stapel en gaat haar handen wassen.

Is Emmy verliefd?

Mila kiest een cavia: Emmy. Hij heeft nog niet eerder geknuffeld bij De Pijp en vind het nog een beetje griezelig. Met een borsteltje aait hij Emmy. Ze knort omdat ze het lekker vindt dat ze geaaid wordt. 'Hij trilt! Het lijkt of hij een machine is!!' roept Mila. Hij vindt het zo spannend om Emmy op schoot te hebben dat hij er van moet giechelen. 'Hij is heel dichtbij me hoor', zegt hij tegen zijn moeder, 'dit is echt eng!'

Emmy ziet een andere cavia, op de schoot van Rick, die naast Mila zit. Ze snuffelt in zijn richting. 'Ik denk dat deze verliefd is op die van jou!' zegt Mila tegen Rick. Hij borstelt en borstelt. ‘Ik wil hem helemaal glad hebben. Die van jou was al glad’, zegt hij tegen Rick. Dan roept hij Maria: ‘Mevrouw, ik wil hem niet meer want mijn benen worden heel moe.’ Maria pakt Emmy van zijn schoot en zet haar terug in het hok.