Terraria, aquaria en schildpad



Schildpad

De landschildpad komt van oorsprong voor in Zuid-Europa en de Balkan. Deze schildpad is vooral te vinden op de steppen, op weiden en in droge bossen. Als landschildpadden in een gebied leven waar voldoende voedsel te vinden is kunnen ze goed samen leven. Als voedsel schaars is komen ze alleen samen in de paartijd. Deze schildpadden zijn overdag actief en kunnen goed graven en klimmen. Ze hebben zonlicht nodig om zich te warmen en om vitamine D aan te maken. In het wild houdt de landschildpad vanaf november een winterslaap, deze duurt vier tot zes maanden. Hun voeding bestaat voor het grootste deel uit planten. Daarnaast eten ze ook weleens een slak of een worm. Een vrouwtje legt per keer één tot twaalf eieren. Ze broedt de eieren niet zelf uit, maar begraaft ze in het zand. Na ongeveer twee tot drie maanden, komen de eieren uit. De jongen zijn dan gelijk zelfstandig.

Axolotls

Axolotls zijn een zeldzame en bedreigde salamandersoort. Het enige meer waar ze in voorkomen is het Chalcomeer in Mexico. De naam axolotl komt uit de Azteekse taal Nahuatl en betekent ‘waterhond’ of ‘waterslaaf’. Bij hun geboorte lijken de dieren op visjes, maar anders dan salamanders, transformeren ze niet en blijven ze hun hele leven larve. Axolotls komen nooit uit het water, ze liggen vaak op de bodem , maar komen wel af en toe naar boven om lucht te happen. Ze houden van beschutte, donkere plaatsen. Ze hebben een brede kop en een grote mond en hele kleine zwarte oogjes. Ze kunnen hun ogen niet dichtdoen omdat ze geen oogleden hebben. Ze eten alleen eten wat beweegt. Axolotls ademen door kieuwen op zes stengels achter hun kop, longen en hun huid . Soms bijten ze elkaars kieuwen af, maar deze kunnen opnieuw aangroeien, net als andere lichaamsdelen, zoals de poten

Klauwkikkers

Klauwkikkers komen voor in de tropische en gematigde wateren in Zuid- en Oost-Afrika. In snelstromend water komen ze niet voor. Ze worden tot twaalf centimeter groot. De klauwkikker is een zeer goede zwemmer dankzij de grote zwemvliezen aan de achterpoten. De voorpoten met vier lange vingers worden als roer gebruikt. De klauwkikker kan tot acht maanden zonder voedsel. Het dier leeft vooral in troebele wateren waar hij zijn prooi door trillingen (via zintuigen op de zijkant van zijn lijf) kan vinden. Omdat een klauwkikker geen tong heeft, moet de prooi met de voorpoten in de keel worden geduwd. Kleinere dieren zoals insectenlarven en de eieren van muggen  worden door de vingers als het ware de bek in gewaaierd. Het dier eet ook eigen eieren en larven. De klauwkikker komt nooit uit het water, omdat de huid anders uitdroogt en de lichaamsbouw niet geschikt is om te lopen. In de zomer drogen de poelen waarin de klauwkikker leeft vaak op en begraaft het dier zich in de modder. De huid vormt dan een soort slijmlaag die niet snel uitdroogt en de kikker komt in een soort sluimertoestand.

Guppen

De guppy, ook wel miljoenenvisje genoemd, is een tandkarper en wereldwijd het meest populaire aquarium-visje. Van nature komt de guppy zowel in zoet als in brak water voor. De vis zwemt in alle waterlagen, maar het meest in de bovenste laag. Het is een vreedzame groepsvis. Er moeten meer vrouwtjes dan mannetjes zijn, omdat vrouwtjes worden opgejaagd door de seksueel zeer actieve mannetjes als ze met te weinig zijn. Dat de guppy ‘miljoenenvisje’ genoemd wordt, is niet voor niets: ze blijven zich maar voortplanten. Guppy’s zijn levendbarend: de eitjes worden inwendig uitgebroed en er kunnen tientallen visjes geworpen worden. Een zwanger vrouwtje kan zaad van mannetjes maandenlang opslaan en er meerdere keren van bevallen. Daardoor komt het voor dat een mannetje dat al dood is, maanden later nog nakomelingen krijgt. Mannen hebben een grotere staart, een kleiner lichaam en fellere kleuren dan de vrouwtjes. De staart wordt gebruikt om mee te pronken.

Salamander 

Salamanders hebben een grote staart en twee paar poten, de achterste met ieder vijf tenen, de voorste met ieder vier vingers. Ze kunnen niet zoals een kikker grote sprongen maken. Het gehoor is bij salamanders niet zo goed ontwikkeld als bij kikkers. Ze kunnen wel beter ruiken. Toch hebben kikkers en salamanders ook veel overeenkomsten. De huid van een salamander bijvoorbeeld ziet er net zo glad en glibberig uit als die van een kikker, door een laagje slijm dat de huid bedekt  Dat slijmlaagje zorgt ervoor dat de dieren niet uitdrogen als ze op het land zijn. Onder water kunnen ze door hun huid zuurstof opnemen. Ze kunnen dus op het land ademen met longen en onder water door hun huid. Het zijn koudbloedige dieren. De temperatuur stijgt en daalt met de temperatuur van de omgeving. Omdat salamanders koudbloedig zijn, moeten ze een winterslaap houden.  Leeftijd: Ze kunnen in gevangenschap tot 28 jaar worden!

Wandelende takken

Wandelende takken zijn insecten, die behoren tot de Phasmidea (wat letterlijk vertaald “spoken” betekent). Ze worden min of meer onzichtbaar, omdat ze de vorm en kleur van de plant waarop ze zitten aannemen. Ze doen alles om niet op te vallen, overdag verroeren ze zich niet, maar ‘s nachts knabbelen, vreten en knagen ze aan de bladeren. Wandelende takken hebben geen geraamte maar een harde huid die het zaakje bij elkaar houdt. Om te kunnen groeien gooien ze zo’n 6 keer de oude huid af (vervellen ) en groeien dan snel voordat ze hun nieuwe harde velletje weer om krijgen. Wandelende takken verplaatsen zich traag wiegend op hun dunne poten die voorzien zijn van kleine haakjes. Na 4 of 5 maanden gaat een wandelende tak eitjes leggen, ze heeft dan rode oksels. Voor het eieren leggen heeft ze geen mannetje nodig, want ze is tweeslachtig. De eitjes zijn kleine, ronde bolletjes met een wit dopje (daardoor makkelijk te onderscheiden van de langwerpige poepjes). De eitjes komen na een paar maanden uit.