Voilerevogels


Op het erf van de kinderboerderij staan ook twee volières waarin kleine vogeltjes zitten.

In de volière linksvoor zitten koppeltjes van de zebravink, diamantduifje, Mexicaanse roodmus, Japanse meeuwtje, Cubavink, kanarie, Sint Helena fazantje, Tijgervink, Zilverbekje,  Harlekijn kwartel en 4 goudfazanten ( 1 man met 3 vrouwen ).

In de andere volière links achter zitten grasparkieten, agapornissen, valkparkieten, lachduiven, groenvleugel duiven en Japanse kwartels. Tevens 2 oudere fazantvrouwtjes, waarvan 1 mannelijke eigenschappen vertoond waaronder de kleuren.

In het kippenhok zit een halsbandparkiet. Hieronder lees je het artikel van Kees van Unen uit het Parool over onze halsbandparkiet.


De onwaarschijnlijke romance van parkieten Romeo en Julia          Kees van Unen            Parool 6 mei 2019

Het is volop lente op Kinderboerderij De Pijp, de sfeer is broeierig. Bij de onwaarschijnlijke romance tussen een tamme en een wilde halsbandparkiet vliegen de vonken er vanaf.

Met vogels is het slecht afspraken maken, de halsbandparkiet is daarin geen uitzondering. Wachten dus maar. Want hoewel het parkietenpaar de hele ochtend met ­elkaar ­troetelde op Kinderboerderij De Pijp, is Romeo nu in geen velden of wegen te bekennen.

Romeo, zo noemen we het mannetje maar. Het vrouwtje heet Julia, natuurlijk. Ze hadden nog geen namen. De meeste dieren van de kinderboerderij krijgen die wel, maar bij vogels en vissen beginnen ze daar niet aan. Dan blijf je bezig. Vanaf nu hebben we het dus over Romeo en Julia, want hun romance is misschien wel het zoetste liefdesverhaal dat deze kinderboerderij ooit heeft gekend. Hoewel het zeker niet het énige liefdesverhaal is.

Kinderboerderij De Pijp: wie het niet kent, komt er niet zomaar. Het zit verstopt op de Lizzy Ansinghstraat, tussen de sporthal en Hotel Okura. Maar wie de bordjes volgt, belandt opeens in een stukje Amsterdam waar kippen vrij rondscharrelen en varkens in de modder staan te wroeten.
De lente is er duidelijk in volle gang. De bloesem hangt aan de bomen, de varkenszeugen zijn bronstig, de kippen broeds. En te midden van dit uitgesproken lentetafereel zijn daar die twee verliefde halsbandparkieten.

Jaren geleden werd Julia bij de vogelopvang afgeleverd met een verminkte vleugel. Het zou niet meer goed­komen: ze kan nooit meer vliegen. In het wild zou de halsbandparkiet geen schijn van kans hebben gehad. Julia kreeg een ruim hok op de kinderboerderij en slijt daar sindsdien haar dagen. Maar niet in eenzaamheid. Integendeel. Terwijl haar ­wilde soortgenoten elke winter hun best moeten doen om ­genoeg voedsel te vinden, staan haar eten en drinken ­altijd klaar.
Vrij door de stad dartelen is Julia niet meer gegeven, maar de lente viert ze als geen ander. Geduldig wacht ze op het bezoek van haar trouwe Romeo, die onregelmatig, maar toch zeker dagelijks, zijn pootjes in het gaas haakt en de tijd neemt voor een ritueel van kroelen, kirren en - ­volgens ooggetuigen - paren. Door het hek heen.

En terwijl de hanen om hun hennen heen draaien en de pauw zijn lustkreten uitslaakt, blijft het stil bij het hok van Julia. Geduldig wacht ze op haar stok tot Romeo weer aanwaait. Vanmiddag komt hij niet meer. Want zo mooi als de liefde, zo onvoorspelbaar is hij ook.