Demente ouderen van twee verpleeghuizen in Amsterdam krijgen een keer in de maand bezoek van konijnen en cavia’s van Kinderboerderij De Pijp. Aaien of alleen maar kijken: het contact met dieren doet hen goed.

 Met twee handen houdt de meneer Dropje vast. Met zijn duimen masseert hij het zwarte dwergkonijn rustig achter de oren. Dropje ligt genietend op een kussentje op tafel, de ogen bijna dicht. “Ze zijn mooi hoor, die konijnen”, zegt de meneer. “Bij die meneer blijven ze altijd heel rustig zitten, hij aait een konijn soms een vol uur achter elkaar”, vertelt Christine Westerveld, vrijwilliger van Kinderboerderij De Pijp. 

De meneer op de hoek van de tafel krijgt van Christine een borsteltje aangeboden, waarmee hij het bruinwitte konijn kan borstelen dat voor hem zit. “Als u een beetje aait, blijft ze wel zitten. Ze heet Trui”, zegt Christine. Als de meneer niets doet, begint Trui weg te lopen, maar draait om en komt terug. De blauwe ogen van de meneer stralen. “Schitterend hè”, verzucht hij keer op keer. Voorzichtig begint hij Trui te aaien met het borsteltje. “Het is niet te geloven”, mompelt hij. Dan buigt hij voorover en duwt zijn ogen zachtjes tegen de vacht van Trui. Het konijn blijft rustig zitten.