Oorspronkelijk komen Shetlandpony's van de Shetland eilanden en uit Noord-Schotland.
Het is daar winderig en koud en dat betekent dat deze pony's niet gewend zijn aan vet poldergras, maar aan taaie sprietjes en dat ze soms een eindje moeten wandelen voor de volgende hap. Daarom zijn ze ook klein, maar stoer en gespierd.
De gemiddelde stokmaat is ongeveer 1 meter hoogte. (De stokmaat wordt
gemeten vanaf de schoft, tussen de rug en de hals.)
De Shetlandpony lijkt erg op de rotstekeningen van paarden die men in Zuid-Frankrijk heeft gevonden, in een tijd dat het paard voor de mens nog een wild dier was, dat je wel bewonderde, maar waar ook jacht op gemaakt werd.
Misschien werden deze oerpaarden toen ze getemd waren mee naar Engeland genomen, maar het is ook mogelijk dat ze in de IJstijd uit Noord-Europa aan de wandel zijn gegaan.
In Engeland werden Shetlandpony's gebruikt in de mijnen als trekdier. Toen ze later naar Nederland kwamen werden ze ingezet als trekdier in steenbakkerijen en boomgaarden.
Omdat Shetlanders zulke kleine tonnetjes zijn, zijn het niet echt rijpony's. Toch is het een geweldig leuk dier voor kleinere kinderen om op te leren rijden en met paarden te leren omgaan. Ze zijn heel knuffelig en vaak nog veel eigenwijzer dan een "echt" groot paard!