Onze tamme rat stamt af van de wilde bruine rat (Rattus norvegicus), die oorspronkelijk uit Azië komt. In de bloeitijd van de handelsreizen zijn ze als ongewenste verstekelingen per schip in Europa terecht gekomen, later ook in Engeland en Amerika. De bruine rat kan in bijna ieder klimaat op aarde leven en in alle mogelijke leefomgevingen. Doordat zijn vacht zich aanpast verdraagt hij extreme koude en warmte met gemak. Als de mogelijkheid er is leeft hij graag dicht bij water, hieraan dankt hij de minder positieve bijnaam "rioolrat". De rat heeft dagelijks veel vocht nodig Het is een uitstekend zwemmer.

Ratten leven in familieverband, waarbinnen een hiërarchie heerst. Vanuit hun hol, op verdekte plaatsen gegraven en uit een aantal met elkaar in verbinding staande gangen bestaand, kunnen ratten enorme afstanden afleggen op zoek naar voedsel. Dit doen ze bij voorkeur 's nachts, van nature is hij schuw. Zijn looppaden of "wissels" gaan vaak langs muren zodat hij zich aan één kant gedekt weet. De ogen van de bruine rat zijn niet zo goed, hij hoort erg goed en hij heeft een uitstekende neus om zijn voedsel op te sporen. Geen ander dier is zo kieskeurig wat zijn voedsel betreft als deze alleseter. De rat eet meer vlees dan de meeste andere knaagdieren en graag allerlei zaaigoed, zoals graankorrels. Hij eet dagelijks ongeveer een derde van zijn lichaamsgewicht aan voedsel. Hij wordt gezien als een schadelijk knaagdier, omdat hij voor vraatschade zorgt en besmettelijke ziekten over kan brengen.

Ratten planten zich snel voort, één enkel paar bruine ratten kan in 1 jaar meer dan 800 nakomelingen hebben. Om het rattenbestand onder controle te kunnen houden werden er speciaal voor dit doel honden gefokt, met name verschillende terriërrassen die de ratten in één felle beet konden doden. Na verloop van tijd werden er speciale "pits" gebouwd, waarin de honden konden laten zien hoeveel ratten ze in een bepaalde tijd konden uitschakelen. Er werd veel geld om verwed. Twee bekende rattenvangers in de eerste helft van de 19e eeuw, de Londenaren Jimmy Shaw en Jack Black, begonnen met het fokken van ratten met afwijkende vachtkleuren. Witte ratten, gevlekte exemplaren en alle andere ratten die op de een of andere manier afweken van de doorsnee bruine rat. Deze ratten verkochten zij niet aan de eigenaren van de pits, maar aan particulieren als huisdier en vooral aan wetenschappers in laboratoria. Dat de tamme rat in zijn domesticatieproces tot zo 'n vriendelijk, zachtaardig dier is geworden zal voor een groot deel komen omdat wetenschappers ook op karakter selecteerden. Zij hadden liever geen onhandelbare of valse dieren.

Tamme ratten zijn hoogst intelligente, levendige, nieuwsgierige knaagdieren.
Het zijn uitstekende klimmers, hun lange kale staart gebruiken ze om hun evenwicht te bewaren.

Voortplanting:

Tamme ratten zijn op een leeftijd van ongeveer 6 tot 7 weken geslachtsrijp. Na 4 maanden zijn ze voldoende uitgegroeid om een nest jongen succesvol groot te brengen. Het vrouwtje van de bruine rat kan jongen krijgen als ze zo 'n 115 gram weegt, zij is dan ongeveer 11 weken oud. De cyclus van het vrouwtje is 4 tot 5 dagen. Het vrouwtje bouwt uit allerlei materialen, zoals stro en lorren, een enigszins rond, los in elkaar zittend nest, vaak in een holletje onder de grond. Na 21 tot 24 dagen worden er 6 tot 12 kale, blinde jongen geboren, die geheel hulpeloos op de moeder aangewezen zijn ( nestblijvers). Het geboortegewicht van de jongen ligt rond de 4 gram. Na twee weken gaan de oogjes open en beginnen ze de omgeving een beetje te verkennen. Als ze 4 tot 5 weken zijn hebben ze hun moeder niet meer nodig. Rattenvrouwtjes helpen elkaar met het zogen van de jongen en maken geen onderscheid tussen hun eigen jongen en die van een ander rattenvrouwtje. Een vrouwtjesrat raakt ouder dan een jaar over haar vruchtbare periode heen. Ratten worden zo 'n 2 tot 3 jaar oud.