De pauw is beroemd om zijn lange sleep, die hij als een waaier kan opzetten. De sleep bestaat uit zo’n 150 wonderbaarlijk mooie veren. Veel mensen vinden pauwen de mooiste vogels van de wereld. Vrouwtjespauwen hebben geen sleep en ze zien er niet zo opvallend uit als de mannetjes. En dat is maar goed ook, want het vrouwtje broedt. Als zij op het nest zit moet ze zo onzichtbaar mogelijk zijn voor vijanden.

Drie soorten.

Er bestaan drie soorten pauwen: de blauwe pauw, de groene pauw en de Kongopauw.

De blauwe pauw komt uit India en Sri Lanka. Het vrouwtje is bruingrijs. De groene pauw leeft in Birma, China, Thailand, Maleisië en op Java. Groene pauwen zijn het grootst en ze staan hoog op de poten. Mannetjes en vrouwtjes zijn groen. Groene pauwen zie je niet vaak, want je kunt ze niet loslaten in parken of bij kinderboerderijen. Ze zijn nogal agressief en de haan wil steeds vechten met andere hanen. Bovendien kunnen groene pauwen absoluut niet tegen de kou. De Kongopauw.In de vorige eeuw werd er nog een pauw ontdekt, midden in Afrika: de Kongopauw. Deze vogel is diepzwart met donkerrood. Hij leeft verstopt in de regenwouden.

Hoenders.

Wilde pauwen vind je in vochtige, hete tropische bosgebieden, in de buurt van water. Helaas worden hun leefgebieden steeds kleiner door het kappen van bomen. Pauwen leven in kleine families. Een haan heeft meestal één tot vijf hennen. Het zijn loopvogels, ze zoeken hun voedsel op de grond. ’s Morgens vroeg en ’s avonds scharrelen ze rond en eten zaden, granen, vruchten, bessen, insecten, wormen en veel groen. Soms pikken ze een vlieg uit de lucht, of vangen een muisje. Ze kunnen heel hard rennen, maar niet zo goed vliegen. Ze slapen in bomen.

Voortplanting.

Aan het einde van de winter wil de pauwhaan gaan paren. Hij begint de aandacht van de hennen te trekken door te schreeuwen, ook midden in de nacht. Zijn roep klinkt als: Ekkoh-Ekkoh en Paaauw-paaauw- paaauw! De hennen geven zachtjes antwoord. De hanen gaan pronken met hun schitterende staart. Ze doen dat niet alleen voor de hennen, maar ook voor andere dieren of voor mensen. Eerst doen de hennen alsof ze het helemaal niet zien. Daarna draaien de vogels een poos om elkaar heen. Uiteindelijk paren de pauwen.

Het nest.

Mannetje en vrouwtje maken hun nest meestal in een kuiltje in de grond tussen de struiken. Maar soms ook in een dikke boom, in een leeg roofvogelnest, of zelfs op een gebouw. Het nest wordt bedekt met wat dorre bladeren of gras. Het vrouwtje legt gewoonlijk vier tot acht bijna-witte eieren. Ze worden niet

allemaal tegelijk gelegd. Pas na het vierde ei begint de hen te broeden. Dat doet ze ongeveer 28 dagen. De haan blijft in de buurt.

Jonge pauwtjes.

Jonge pauwtjes worden met veertjes geboren, niet met dons, zoals veel andere kuikens. Ze oefenen al heel jong om te pronken, ze trillen met hun vleugeltjes en zetten hun kleine staartveertjes op. De kuikens worden alleen door de moeder verzorgd. Ze vragen om eten door tegen haar snavel te tikken. Daarna worden ze gevoerd.

Waarschuwen.

In India zijn pauwen al duizenden jaren geliefde ’huisdieren’, dat wil zeggen dat wilde pauwen mensen opzoeken. Ze eten voedselresten en vaak slapen ze in bomen midden in de dorpen. Pauwen komen voor in oeroude volksverhalen, daarin horen pauwen bij de liefde en bij de goden. En het brengt geluk als je een pauwenveer vindt! Nu nog hebben de dorpsbewoners graag pauwen in de buurt. Ze verdelgen slangen, ze eten vooral graag jonge cobra’s. En ze waarschuwen elkaar (en daardoor ook de mensen) met luid geschreeuw als er luipaarden en tijgers in de buurt zijn. Dat zijn hun grootste vijanden.

Verspreiding.

De blauwe pauw kwam vanuit India met handelaars mee naar de landen rond de Middellandse Zee. Ze werden geschonken aan de farao’s in Egypte. Rijke Romeinen gingen pauwen houden als siervogels, maar ook om hun vlees. Bij feestmaaltijden van Romeinse keizers werden enorme schalen vol met tongen en hersens van pauwen op tafel gezet. Later brachten de Romeinen de pauw naar onze streken. Blauwe pauwen kunnen vrij tam worden. Als ze eenmaal gewend zijn aan een plek gaan ze er niet vandoor. Hoewel ze uit hete streken komen, hebben ze geen last van de kou. Ook al is er een warm verblijf, pauwen gaan rustig in een boom zitten slapen, al vriest het dat het kraakt.

Siervogels.

In de 17e eeuw waren pauwen algemene siervogels in parken en tuinen in Europa. Maar ook hier werden hun vlees en hun eieren als luxe lekkernij beschouwd. Door het fokken ontstonden er allerlei nieuwe kleuren. Er bestaan nu crèmekleurige, bonte, sneeuwwitte en zwartvleugel-pauwen. Een keer per jaar zijn pauwen in de rui. Ze verliezen dan hun veren. Pauwenveren werden door de eeuwen heen gebruikt als versiering: bijvoorbeeld op helmen van krijgers, op dameshoeden en in waaiers. Ze zijn afgebeeld op muntstukken en in familiewapens. En ze werden in vazen gezet.

Leefgebied.

Je kunt niet zomaar pauwen gaan houden. Je hebt om te beginnen een groot terrein nodig met bomen. Als pauwen een goed leven hebben, kunnen ze in gevangenschap 20 tot 30 jaar oud worden.