De alleroudste voorvader of - moeder van onze paarden en pony’s was een klein beestje dat een beetje op een hert leek. Ze waren ongeveer zo groot als een hondje. Aan elke voorvoet hadden ze vier tenen met een klein hoefje aan het uiteinde. Ze konden nog niet hard lopen en verborgen zich tussen de struiken voor vleesetende dieren.

De eerste eentenige dieren leefden ongeveer 5 miljoen jaar geleden. Ze waren ondertussen groter geworden en hun benen waren langer, zodat ze harder konden lopen. Van de bosjes waren ze nu naar de vlakten verhuisd. Dit paardachtige dier is ook de voorouder van de zebra’s en de ezels.
In Europa, waar het koud en moerassig was, ontstond een stevig klein paardenras, zoiets als de Fjordenpony. In warme woestijnachtige gebieden ontstond een slanker soort paard met een kleiner hoofd, minder lang haar en ranke benen. Zo was iedere soort aangepast aan zijn eigen klimaat.

Onze eigen oerpappa’s en - mamma’s hadden graag wild paard op het menu. Ongeveer 4000 jaar geleden begonnen ze de paarden te vangen om ze in kuddes te houden, eerst nog wel voor het vlees, de melk en de huiden, maar later ook om lasten te trekken en te berijden.

Er zijn tegenwoordig wel zo’n 200 paarden- en ponyrassen. Het Arabische volbloedpaard is een directe afstammeling van het slanke, snelle woestijnpaard. De ponyrassen zijn achter-achter- achterkleinkinderen van het stoere moeraspaardje uit Europa. De mens heeft in de loop van de jaren heel wat aan het paard afgeknutseld en de eigenschappen van paarden gebruikt om weer nieuwe rassen te creëren. Engels volbloedpaard: kruisingen van het Arabische paard met grotere paarden die erg hard konden rennen.
Lippizaners: kruisingen van oorlogspaarden met de Andalusische paarden uit Spanje, die zelf weer een scheut Arabisch bloed hebben, dankzij de invallen van de Moren uit Noord-Afrika. Het grote trekpaard uit de Ardennen en Zeeland: het resultaat van uitgekiend fokken met de grootste paarden van het Europese oerras. De ridders uit de middeleeuwen gebruikten deze paarden om met hun loodzware apenrustingen te kunnen vechten.

De meeste ponyrassen bevatten tegenwoordig wel wat vreemd bloed: zo’n stoer kogelrond beestje is vaak niet zo heel geschikt voor dressuur of springen en met een Arabisch- of Engels volbloedscheutje weer wel. Het nadeel hiervan is dat zo’n pony vaak ook de wat zenuwachtige eigenschappen van zo’n voorvader krijgt (meestal zorgt de hengst voor het scheutje rasveredeling). Sommige kinderen zijn ook voor hun leven afgeknapt op paardrijden omdat ze veel te vroeg begonnen zijn met op een mooi, duur zenuwenlijdertje te gaan rijden.

Eigenlijk is allen het Przewalskipaard nog een echt oerpaard. Ze waren bijna uitgestorven, maar ze leven nu in dierentuinen, waar ze zich kunnen voortplanten. Een paar jaar geleden is de eerste groep in gevangenschap geboren paardjes naar hun oorspronkelijke leefgebied Mongolië gebracht, waar ze nu beschermd worden. Paarden die we ‘wilde’paarden noemen, zijn verwilderde paarden: ze hebben dus eerst bij de mens gewoond. Denk maar eens aan de mustangs uit Noord-Amerika en de Camargue-pony’s.

Als je wil begrijpen wat er in het hoofd van een paard omgaat, moet je een beetje bedenken hoe paarden met elkaar in het wild leven. In het wild leven ze samen in een kudde, waarbij er een paard de baas is. Een paard probeert vaak in de omgang met de mens te kijken wie er de
baas kan worden. Als je bang en onzeker bent, merken ze dat en maken daar gebruik van. Dat is voor ons heel vervelend en we vinden het paard dan een vervelende klier.

Je moet bedenken dat we boven het paard staan, wat ons denkvermogen betreft. Dat betekent niet dat een paard minder is dan ons, hij is gewoon heel anders. Het verschil tussen mensen en paarden ( en andere dieren) is, dat wij kunnen nadenken over wat we doen en niet doen. Dieren leven meer vanuit hun instinct : ze horen een harde knal en hun eerste reactie is: wegrennen. Ze ’denken’ (denk ik ) niet eens “wegwezen”, maar ze maken meteen dat ze wegkomen. Zo konden ze in het wild overleven, want als je dan erg moet nadenken, kan het al te laat zijn. Soms hebben we dat zelf ook, dat oergevoel: bij onraad worden er stoffen in ons lichaam aangemaakt die maken dat je snel kunt vluchten of ineens heel sterk bent.

Met dieren moet je er dus rekening mee houden dat het denkwerk door ons gedaan wordt en dat we soms dingen van ze willen die ze eigenlijk niet zo leuk vinden. Wij zijn dus de baas, maar we spelen niet de baas. Dat klinkt heel gek, maar door een dier te DWINGEN, heb je geen respect voor hem. Soms worden paarden gedwongen om zadelmak te worden ( voor het eerst krijgen ze dan een zadel en een hoofdstel om).

Als het paard het niet wil, (niet omdat hij ons een plezier wil doen, maar omdat hij niet weet wat hem overkomt), wordt het bit in zijn mond geduwd en het zadel erop gegooid, terwijl hij vastgebonden wordt en geen kant opkan. Als je hem dus maar flink dwingt en pijn doet, geeft hij zich wel over (hij is wel veel sterker dan wij, maar je kan hem ook geen eten of drinken geven, nou, dan wil-ie wel).


Veel en veel leuker is het, om het paard te laten denken dat het allemaal hartstikke leuk is wat er gebeurt: als je ergens een brokje of een klopje of een vriendelijk woord bij krijgt en lekker mag gaan draven, is het eigenlijk allemaal wel geinig.

Jammergenoeg krijg je vaak niet te maken met een veulentje, maar met een volwassen paard dat al van alles meegemaakt heeft. Je moet dan proberen te bedenken wat zo’n paard voor leven gehad kan hebben en waarom hij soms zo raar reageert. Met vriendelijkheid en denken ”ik ben toch de baas (maar wel een aardige)” kom je een heel eind.
Vaak hoor je mensen die met paarden omgaan, steeds tegen ze schreeuwen en dat staat wel heel stoer, maar het heeft niet zo veel nut. Het paard “begrijpt” het niet en wordt allen nog maar vervelender.

Ook bij het paardrijden zie je veel fouten: het paard kan het geen bal schelen of je een dure rijbroek aanhebt, maar als je bang bent om eraf te vallen en dan aan de teugels gaat trekken weet hij niet meer of hij moet stoppen of naar links of naar rechts moet. Als er veel aan z’n mond getrokken wordt, krijgt een paard daar wondjes of eeltplekken en gaat dan raar (of helemaal niet meer) reageren op de teugels. Hetzelfde geldt voor het aansporen, sommige mensen blijven maar beuken met de benen en dit heeft tot resultaat dat het paard ‘denkt’ “krijg de klere maar”.

Iets over de verzorging van paarden

Omdat het paard letterlijk valt of staat met de conditie van zijn benen, is het heel verstandig om regelmatig naar zijn hoeven te kijken en het vuil en misschien steentjes eruit te peuteren. Pony’s hebben van nature een soort regendakje boven hun hoeven. Dit heet een vetlok. De vetlok mag niet afgeknipt worden omdat er anders nattigheid in het holletje tussen het been en de hoef kan komen. Hierdoor kan een soort wemmerseczeem ontstaan. Regelmatig moet de hoefsmid komen, want bij ons ‘huispaard’slijten de hoeven niet vanzelf
goed af.

Met paarden moet je goed uitkijken wat je ze voert: ze kunnen niet overgeven zoals wij, dus als ze iets vies hebben gegeten of te veel, gaat het naar hun darmen en kunnen ze erg buikpijn krijgen en zelfs doodgaan. Zoiets heet koliek. Een paard met koliek staat naar zijn buik te trappen en je ziet ook geen poep liggen, want dat kunnen ze niet kwijt. Met een paard met koliek moet je rondstappen tot de dierenarts komt. Ze mogen niet gaan liggen.
Paarden moeten regelmatig ontwormd worden. Alle dieren (en ook mensen) kunnen wormen krijgen. Wormen zijn parasieten die in een lichaam wonen en lekker mee-eten. Dat is niet leuk voor de gastheer of -vrouw, want zo krijgt een mens of een dier te weinig voedingsstoffen binnen. Voor wormen heb je speciale medicijnen die je in de mond van het dier of door het eten kan doen.

Paarden die een tijdje lekker veel eten hebben gehad en dan ineens stevig aan het werk moeten, kunnen maandagziekte krijgen. Ze zijn dan stijf en sloom. Het is dus niet goed om een paard vol te proppen en hem dan ineens flink te laten rennen. Als je gaat rijden moet je in ieder geval het paard zich eerst een beetje warm laten lopen, letterlijk.
Een gezond paard is oplettend, heeft een rustige ademhaling, een glanzende vacht, schone ogen en poep die er uitziet als geelbruine ballen. Hoewel Pepper eigenlijk niet zo veel doet, krijgt ze toch elke dag wat brokjes, omdat ze op haar ouwe dag wel wat extra mineralen nodig heeft ( net zoals wij onze vitamientjes).
Paarden hebben altijd hooi nodig: hooi noemt men wel ruwvoer. Het vult de maag, er zitten belangrijke voedingsstoffen in en het is een vervanging voor het gras dat paarden van nature eten.

Veel mensen denken dat haver echt paardeneten is.De meeste paarden worden er een beetje wild van, dus het is niet goed om veel haver te geven.
Paardenbrokjes (of biks) zijn geperst uit verschillende soorten granen en er zitten mineralen en vitaminen in. Voor ekhengsten en renpaarden zijn er brokken met extra veel eiwitten.
Een appeltje en/of een worteltje zijn voor paarden en pony’s een gezond lekkertje.
Omdat pony’s nog een beetje meer oerdier zijn dan paarden, moeten ze op z’n pony’s eten. Dat betekent: hooi en een klein beetje brokjes. Zoals ik al zei: ze krijgen al gauw te veel en worden dan dik en chagrijnig of ze kunnen er ziek van worden.
Hooi moet fris ruiken, er mogen geen schimmelplekken in zitten. Hooi voor paarden moet niet al te vers wezen, ze noemen dit dan ook paardenhooi.Heel vers hooi is te voedzaam, het bevat te veel eiwitten en dit is zeker voor een wat ouder paard niet goed. Denk maar eens aan oudere poezen, die krijgen vaak ook eiwitarme brokjes. Als paarden water krijgen uit een emmer, moet die elke dag verschoond worden. Pepper en Kobus hebben een automatische drinkbak, maar er kan een drol in liggen of andere viezigheid, dus als de stal schoongemaakt wordt, moet zo’n bak ook even ontroleren

Ik kan nog wel veel meer vertellen over paarden, want dat vind ik zelf ook een heel leuk onderwerp. Als je vragen hebt, mag je ze stellen (niet allemaal tegelijk). Verder hebben we best wel wat leuke paardenboekjes. Het geldt eigenlijk voor alle onderwerpen, als je er wat over gaat leren, weet je eigenlijk niet waar je aan begint, want er is nog veeeeeel mer over paarden en pony’s .............