Het zou kunnen dat dit oude ras in de 17e eeuw ingevoerd is uit de tropen, maar veel weten we er eigenlijk niet van.
Op het schilderij met de stier van Paulus Potter staat een melkschaap dat erg lijkt op die van ons.
Het is een van de zeldzame nog raszuivere landbouwhuisdieren in ons land.
Er is geen verschil tussen het Friese melkschaap en het Zeeuwse: er zijn alleen twee stamboeken, die werden opgericht omdat het melkschapenras bijna uitgestorven was. Ook bestaat er nog een Vlaams melkschaap en het Oostfriese melkschaap, die er hetzelfde uitzien als de Nederlandse melkschapen.
Van oorsprong werden deze rassen gehouden in polders met lekker veel gras. Dit hebben ze nodig om goede melk te kunnen produceren: melkschapen geven erg veel melk. Ze kunnen wel een half jaar achter elkaar melk geven en dat kan dan wel 500 of 600 kilo zijn in totaal. Van deze melk wordt kaas gemaakt.
Melkschapen zijn erg vruchtbaar: een worp van 4 lammetjes is niets bijzonders.