De hamsterfamilie bestaat uit de Europese, dwerg- en Syrische (of goud-)hamsters. Zij zijn knaagdieren en behoren tot de muisachtigen. Het hamsterlichaam is kort, breed en gedrongen, een Syrisch hamstertje wordt twaalf tot zestien centimeter lang. De kop is rond met een brede, stompe snuit en grote ogen en oren. De voorpootjes hebben vier "vingertjes", hiermee pakken ze hun eten en stoppen ze dat in de wangzakken, waarna ze het naar hun hol kunnen brengen. Een volwassen hamster weegt ongeveer 120 tot 180 gram en kan twee tot drie jaar oud worden.

De hamster die hier meestal als huisdier gehouden wordt, is de Syrische hamster. Pas in 1793 werd er over deze hamster geschreven en het duurde nog tot 1930 voordat de eerste hamsters gevangen werden. Omdat zij zich zo weinig laten zien, is het momenteel niet bekend of er veel of weinig wilde hamsters in de Syrische woestijn leven.
Het grootste deel van hun leven brengen ze onder de grond door, hun gangenstelsels zijn dan ook erg uitgebreid en soms wel enkele meters diep. Door onder de grond te leven beschermen ze zich tegen de grote temperatuurverschillen die dagelijks in de woestijn optreden. Overdag kan het er meer dan 50 graden zijn terwijl het 's nachts soms maar tien graden is. Tegen de schemering, als het al wat is afgekoeld komen zij hun hol uit om eten te zoeken. Dit stoppen ze in hun wangen en nemen dat mee naar hun hol om later op te eten.
De Syrische hamsters die hier in het wild leven eten zowel plantaardige als dierlijke producten. Het dierlijke eten bestaat uit insecten, wormen, larven en dergelijke, maar ook eten ze soms jonge vogeltjes of veldmuisjes.

Syrische hamsters leven in principe altijd alleen. Slechts om zich te laten dekken, laat het vrouwtje een mannetje toe. Zodra hij haar gedekt heeft, jaagt ze het mannetje weg. Ongeveer 16 dagen later baart ze zes tot acht jongen. Ze zijn dan nog naakt en blind. Na enkele dagen begint de vacht te groeien en na twee weken gaan hun oogjes open. Als ze vier weken oud zijn, jaagt de moeder ze weg, omdat ze dan voor zichzelf kunnen zorgen. Als hamsters toch gedwongen worden met een soortgenoot samen te leven, dan zullen ze elkaar ernstig verwonden.

Hamsters maken door middel van hun gedrag duidelijk wat ze willen. Een hamster die zich op zijn gemak voelt, rekt zich uit, gaapt en gaat zich uitgebreid zitten wassen. Een bange hamster kruipt in elkaar met zijn bekje schuin omhoog. Een hamster die op zijn rug op de grond ligt, is bang en onderworpen, maar kan zich toch ook verdedigen. Want mocht een ander dier hem aanvallen, dan kan hij zich met behulp van zijn poten en tanden verdedigen. Hamsters maken niet vaak geluid, als ze geluid maken dan kunnen ze krijsen (als ze ruzie hebben) en sissen of piepen (vooral hongerige jonge hamsters).

Vroeger was de naam van de Syrische hamster "goudhamster". Deze naam dankte hij aan zijn goudbruine vachtkleur. Aangezien zijn vacht tegenwoordig allerlei kleuren kan hebben, van goudbruin tot oranje, maar ook grijs en lila-achtig heeft men zijn naam veranderd in Syrische hamster.