Mongoolse gerbils worden ook wel woestijnratjes genoemd, maar eigenlijk is deze benaming foutief, omdat de gerbil meer verwant is aan de hamsters en de woelmuisachtigen dan aan de ratten en muizen. Ze komen in de vrije natuur vooral voor in de uitgestrekte half woestijnen in Mongolië en Noord-China. Dit zijn dorre gebieden met een schaarse regenval en een al even schaarse begroeiing. De Mongoolse gerbil is gewend aan een schaars en eiwitarm menu, hun spijsverteringsstelsel is hierop aangepast. Omdat water schaars is krijgen ze het meeste water via hun voedsel binnen, ze produceren dan ook weinig urine.

Om zich te beschermen tegen de talrijke roofdieren, maar ook tegen de enorme temperatuurschommelingen, leeft het dier voornamelijk onder de grond in zelf gegraven, ingenieuze gangenstelsels met één centraal hol en verscheidene kamers, waaronder een voorraadkamer.
In het midden van de 19e eeuw werden gerbils gevangen en meegenomen naar Europa. Via dierentuinen en laboratoria zijn ze ook in het privé-bezit van particulieren terechtgekomen.

In de natuur leeft de gerbil in familiegroepen, het zijn sociale dieren en erg nieuwsgierig. In tegenstelling tot veel andere knaagdieren zijn ze niet alleen 's nachts maar ook overdag actief. Ze nemen om de paar uur een rustperiode in acht voor een hazenslaapje. Omdat ze van nature zeer bedacht moeten zijn op vijanden, zie je gerbils zeer regelmatig op hun achterpoten staan (de achterpoten zijn langer dan de voorpoten en krachtig). Op deze manier kunnen ze de omgeving beter in de gaten houden. Als er onraad is trommelen ze met hun achterpoten op de grond om andere leden uit de groep te waarschuwen.

Voortplanting:

Gerbils zijn geslachtsrijp als ze ongeveer 3 tot 4 maanden oud zijn en blijven dit tot op een leeftijd van ongeveer anderhalf jaar. De vrouwtjes laten eens in de 6 dagen een paring toe. De draagtijd is 24 dagen, waarna de jongen blind en naakt ter wereld komen. Ze zijn dan ongeveer 2 cm. lang en wegen 2 tot 3 gram.
Gerbils werpen hun jongen in een van tevoren zelf gegraven, bekleed hol. De gemiddelde nestgrote is 4 tot 5 jongen. De jongen groeien razendsnel. Rond de leeftijd van een week is de vacht ontwikkeld en gaan de ogen gaan open voor ze twee weken oud zijn. Dan verlaten ze samen met de moeder het nest om de omgeving te verkennen. Na drie weken drinken ze vrijwel niet meer bij de moeder. De vader speelt een belangrijke rol bij het grootbrengen van de jongen.
Gerbils worden zo 'n 3 tot 5 jaar oud.