Chinchilla 's behoren tot de cavia-achtigen, het zijn klimmende knaagdieren.
Zij zijn afkomstig uit Zuid Amerika, waar ze tot op grote hoogten in het Cordillera- en Andesgebergte leven. Ze leven daar in kolonieverband onder onherbergzame omstandigheden, met grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht. Overdag schuilen ze en slapen ze in holen en rotsspleten, 's avonds en 's nachts zijn ze volop actief. Voordat de Spanjaarden in de 16e eeuw Zuid Amerika ontdekten hielden sommige indianenvolken, zoals de Inka 's en de Chinca 's, al chinchilla 's als huisdier en bontleverancier. De chinchilla heeft namelijk een zeer dicht ingeplante, super zachte, blauwgrijze vacht, goed bestand tegen de barre weersomstandigheden hoog in het gebergte. Ze houden hun vacht schoon door zich in een zandbad te wassen.

Toen ook de Europeanen de heerlijk zachte vacht van de chinchilla een paar honderd jaar later ontdekten werden de pelzen een begeerd exportartikel voor de bontindustrie, zelfs zo erg dat het diertje met uitsterven bedreigd werd. Men besloot te proberen de chinchilla in gevangenschap te fokken, met uiteindelijk goed resultaat. Gelukkig wordt het dier nu voornamelijk gefokt als interessant huisdier, omdat de meeste mensen in westerse landen een aversie hebben gekregen tegen het fokken van dieren voor het bont.

Voortplanting:

In de natuur sluiten chinchilla 's een huwelijk voor het leven.
Chinchilla 's zijn op een leeftijd van 4 tot 5 maanden geslachtsrijp. De cyclus van een vrouwtje is om de 28-34 dagen, terwijl de dekbaarheid, de bronst, ongeveer 3 dagen duurt. Buiten deze periode is de schede inwendig afgesloten door een zgn. dekprop, die bij de paring wordt afgestoten. De draagtijd is vrij lang, namelijk 111 dagen, maar dan komen de jongen behaard en met open ogen ter wereld en zijn al kort na de geboorte in staat om te lopen (nestvlieders).
Per worp worden er meestal 2 jongen geboren. Na 6 weken zijn ze zelfstandig.
Mannetjes zijn kleiner dan de vrouwtjes.
Het mannetje zal de jongen mee verzorgen, het vrouwtje is wel kort na de geboorte weer dekbaar. De chinchilla kan 10 tot 15 jaar oud worden.

Van nature eten chinchilla 's mossen, grassen, zaden, plantenwortels, bessen, houtachtige gewassen enzovoort. Ze hebben een voedingsarm dieet dat in voldoende mate eiwitten, ruwvoer, vitaminen en mineralen bevat. Door hun uitgebreide, lange spijsverteringsstelsel weten ze uit dat voedsel de voor hen noodzakelijke bestanddelen te halen. Vocht krijgen ze binnen door in de vroege morgen van de dauw te drinken.