Pony’s & ezels

Op de kinderboerderij zijn twee pony's en twee ezelinnen. Macho en Zowie zijn onze Shetland pony's. Nele en Cato de ezelinnen. zowie-1 cato-hoofd macho-1 nele-1

Shetland pony's

Oorspronkelijk komen Shetlandpony's van de Shetlandeilanden, ten noordoosten van het vasteland van Schotland. Het is daar winderig en koud en dat betekent dat deze pony's van oorsprong gewend zijn aan weinig eten en lange stukken wandelen. Daarom zijn ze ook klein, maar stoer en gespierd. De gemiddelde stokmaat van een Shetlandpony is ongeveer 1 meter hoogte (de stokmaat wordt gemeten vanaf de schoft, tussen de rug en de hals). In Engeland werden Shetlandpony's gebruikt in de mijnen als trekdier. Toen ze later naar Nederland kwamen werden ze ingezet als trekdier in steenbakkerijen en boomgaarden. Omdat Shetlanders zo klein en gespierd zijn, zijn het niet echt rijpony's. Toch is het een geweldig leuk dier voor kleinere kinderen om op te leren rijden en met paarden te leren omgaan. Ze zijn heel knuffelig en vaak nog veel eigenwijzer dan een "echt" groot paard!

Ezels

Onze ezels komen oorspronkelijk uit het gebied rondom de Middellandse zee. Ze stammen af van de Nubische ezel. Ook de Somalische ezel en de Algerijnse ezel,die nu uitgestorven is, zijn voorouders van onze huisezel. In de tijd van de piramidebouwende Egyptenaren, ongeveer 5000 jaar geleden, werden er voor het eerst ezels gefokt in het dal van de Nijl. Niet zo lang hierna kwamen de eerste ezels naar Europa. Vooral in Zuid-Europa is de ezel altijd erg gewaardeerd als rij-, trek- en lastdier. Hoewel de ezel later ook meer naar het noorden kwam, is hij meer geschikt om in een wat warmer en droger klimaat te leven. Hun hoefjes zijn niet zo geschikt voor natte klimaten. Zoals alle paardachtigen (de ezel, de halfezel, het paard en de zebra’s) leeft een ezel van gras, kruiden en boomschors. Zij hebben dan ook 1 kleine maag, in tegenstelling tot herkauwers, zoals koeien, schapen en geiten, die meestal meerdere magen hebben om hun eten te verteren. Omdat ezels toch grote hoeveelheden gras nodig hebben, zijn ze tot 20 uur per dag bezig met grazen. Een ezel heeft maar weinig water nodig en drinkt om de 2 à 3 dagen. Ezels zijn gauw tevreden met wat hooi en gras. Ze mogen niet te veel lekkere dingen eten, het zijn van nature sobere dieren, zoals dat heet, ze kunnen van te veel voedsel vet en klierig worden. Daarom moet je zeker op een kinderboerderij uitkijken dat een ezel niet te veel (en stiekem) gevoerd wordt. De ezel werd waarschijnlijk nog zelfs voordat het paard huisdier werd, door de mens tam gemaakt. Toch zijn er niet zoveel ezelrassen. Ik denk dat dat gewoon komt omdat de ezel al prima geschikt is voor wat men van hem wil. Grote ezelrassen zijn de Franse Poitou-ezel, de Puli-ezel uit Zuid-Italie en de Spaanse reuzenezel. Mensen gebruiken vaak het spreekwoord “zo dom als een ezel”. Ezels zijn niet dom, maar wel een beetje eigenwijs. De ezel is een bijzonder geduldig en lankmoedig dier. Zeker is wel dat hij zijn humeur en temperament heel duidelijk toont. Ezels zijn best geschikt om op te rijden, als je niet zulke hoge eisen stelt als aan een pony of een paard. Hun gangen zijn kort en ze hebben een lijf dat wat onhandiger van model is dan een paardenlijf. Ezels zijn wat later volwassen dan paarden. Je moet ze dan ook niet te vroeg gaan berijden, want ze zijn nog lang in de groei. Vroeger was er in Artis een ezel met een hele holle rug, daar waren al veel te gauw kinderen op gezet, denk ik. Voortplanting: een tamme ezelin is het hele jaar paringsbereid, maar in het wild vindt de paring meestal in de lente plaats en komt het veulen (meestal slechts één) ongeveer rond diezelfde tijd het jaar erna ter wereld. De dracht is bijna een maand langer dan bij paarden. Het veulen kan een uur na zijn geboorte staan en met zijn moeder meelopen. Het veulen wordt negen maanden lang gezoogd. De hofmakerij bij de wilde ezels onderscheidt zich van dat van andere paardachtigen. Hoewel de dieren in het algemeen in kuddes leven die uit zo ‘n 30 merries en veulens bestaan, al dan niet aangevoerd door een hengst, verandert de samenstelling van de groep voortdurend. Hengsten hebben hun eigen territorium. Ze zoeken elke keer weer een andere partner om te paren. In elk geval gedraagt de ezelhengst zich in de paartijd uitgesproken agressief tegenover de merrie: hij bijt, slaat met zijn hoeven en jaagt haar op. Kennelijk verwacht de merrie zulk gedrag, want ze is pas na deze “hofmakerij” bereid tot paren.