Pluimvee

wij hebben 3 ganzen, 1 ganzerik Remy met 2 vrouwtjes Nicoline en Dons

ganzen

Ganzen

Voor het houden van ganzen is in de eerste plaats een flink stuk grasland nodig. Afhankelijk van onder meer de bodemgesteldheid en het ganzenras is per gans 20 - 50 vierkante meter vereist. Als u bedenkt dat een gent meestal wordt gehouden met één tot drie vrouwtjes, is voor het houden van een groepje ganzen dus minimaal 100 vierkante meter grasland nodig. Een iets kleinere oppervlakte is eventueel ook toereikend, maar dan zal er het hele jaar door moeten worden bijgevoerd. Worden de dieren op een te kleine oppervlakte gehouden, dan verandert het grasland al snel in een modderpoel. Dat heeft tot gevolg dat de ganzen er vooral in het najaar en de winter onverzorgd uitzien. Een weide van de gewenste afmetingen levert in de zomer maanden meer gras op dan de ganzen kunnen opeten. Daarom kan het nodig zijn om te maaien. Bedenk ook dat ganzen van kort gras houden en lange sprieten het liefst laten staan. Hoewel tamme ganzen geen geweldige vliegers zijn, moet het weiland toch worden voorzien van een deugdelijke, één tot anderhalve meter hoge afrastering. Die is nodig om ze te beschermen tegen loslopende honden en andere indringers. Broedgelegenheid Een schuilgelegenheid hebben ganzen niet nodig. Het zijn geharde dieren die eerder last hebben van warmte dan van koude. Daarom stellen ze het op prijs, als ze op hete dagen de schaduw kunnen opzoeken van een boom of een groepje struiken. Ook is het zinvol om in het voorjaar enkele broedtonnen of -kisten in het weiland te plaatsen, met daarin wat kort geknipt stro en houtkrullen. Daarin zullen ze hun eieren leggen en uitbroeden. Vijver als luxe Het is voor ganzen niet noodzakelijk om de beschikking te hebben over een vijver, want het zijn geen watervogels. Is er een vijver, dan gebruiken ze die om zich in te wassen en in het voorjaar om te paren. Zo'n luxe voorziening hoeft niet groot te zijn. Een koppeltje van twee of drie ganzen heeft genoeg aan een ondiep betonnen vijvertje met een wateroppervlakte van 1 tot 2 vierkante meter. Zorg er wel voor dat het gemakkelijk schoongemaakt kan worden en dat de directe omgeving niet modderig wordt, bijvoorbeeld door het aanbrengen van een laag grof zand of kiezelstenen. Het is heel handig om een platte bak van circa 1 vierkante meter als vijver te benutten. Die kan dagelijks met weinig moeite worden verschoond. Een bijkomend voordeel is dat zo'n bak verplaatsbaar is, waardoor het gras beter in conditie blijft. Bijvoeren In de zomermaanden groeit het gras in de weide zo snel dat ganzen in principe niet bijgevoerd hoeven te worden, maar er is veel voor te zeggen om dit wél te doen. Door regelmatig wat watervogelkorrel te geven, zullen de dieren geleidelijk aan de verzorger wennen en kan die hun conditie en gedrag goed controleren. In de winter- maanden is er niet genoeg gras en dan is het een noodzaak om bij te voeren met watervogelvoer. De benodigde hoeveelheid is afhankelijk van het grasaanbod, de kwaliteit van het gras en het ganzenras. Vooral als de eerste eieren worden gelegd, is het van groot belang om ganzen goed te voeren! Eieren weghalen De geslachtsrijpe vrouwtjes van de meeste tamme ganzenrassen leggen vanaf februari tot in mei zo'n 15 tot 45 eieren. Als die allemaal worden uitgebroed, wordt het erf al snel te klein voor de steeds uitwassende groep. Het is dan ook vaak nodig om jaarlijks een deel van de eieren weg te halen. Doe dat uit veiligheidsoverwegingen met 2 personen. De ene houdt de ganzen op afstand, terwijl de andere een aantal eieren wegpakt. Als u 2 of 3 eieren in een nest laat liggen, zal de broedende gans zeker terugkomen om die uit te broeden. Jongen handtam maken De jongen die na 28 tot 30 dagen uit de eieren komen, kunt u heel snel handtam krijgen door hun 'pleegmoeder' te worden. Om deze rol op u te kunnen nemen, is het zaak dat de gansjes u na de geboorte als eerste zien. Ganzenkuikens zijn namelijk geneigd om het eerst waargenomen bewegende voorwerp als moeder te accepteren. Dat kan de echte moeder zijn, maar ook bijvoorbeeld een kip, eend of de verzorger. Voordat u het 'moederschap' op u neemt, moet u wel bedenken dat er vrij veel tijd in gaat zitten. Bescherming tegen kraaiachtigen Treedt u niet op als 'pleegmoeder', dan zal de echte moeder met haar kroost direct de bescherming van de groep opzoeken. Dat voorkomt helaas niet dat de kuikens toch nog het risico lopen om te worden gedood door kraaien of roeken. Het kan dan ook nodig zijn om de moeder en haar kuikens de eerste twee weken onder te brengen in een goed afgesloten ren. Na die periode zijn de jongen groot en sterk genoeg om hun belagers te weerstaan. madelon 017wij hebben verschillende kippenrassen los rond lopen: Brahma's, zijdehoenders, wyandottes, krul chabot, Hollands hoen, boerenhaan, baardkuifhoen, sabelpootkrielen

Wyandotte kip

Ontstaan Het is niet geheel duidelijk welke kippenrassen aan het ontstaan van de Wyandotte bijgedragen hebben, maar naar alle waarschijnlijkheid hebben Cochins een grote invloed op het ras gehad. Vanaf 1860 zijn er meldingen van de eerste Wy-andotteachtige kippen. Deze dieren gingen onder verschillende benamingen door het leven. 'American Sebrights' en 'Excelsiors' zijn daar twee van. Een van de eerste fokkers van het ras, Houdlette, noemde het ras uiteindelijk naar het schip van zijn vader, Wyandotte. Onder deze naam werd het ras in 1873 in de Amerikaanse standaard opgenomen en tien jaar later officieel erkend. De zilvergezoomde variant was de eer-ste kleurslag, later zijn er vele andere kleurslagen bijgekomen. Uiterlijke kenmerken De Wyandotte is een vrij grote kip met een ge-wicht van circa drie kilo. Opvallend zijn de ron-de vormen, en de volle, rijke bevedering ver-sterkd dit beeld. Het zijn kippen met een breed lichaam. De rug is middellang en loopt in een holle lijn van de nek naar de middelhoog ge-dragen staart. De staartpartij zelf bestaat uit kor-te, stevige staartveren. Bekijkt u een Wyandotte van achteren, dan heeft de staart de vorm van een omgekeerde V. Bij de haan wordt de staart volledig afgedekt door korte, goed gebogen sik-kels en bijsikkels. De hen toont met haar diepe achterlijf dat ze een goede legster is. De borst is diep en fraai gerand. De stelling van het ras is niet zo hoog en lijkt op het oog nog lager gesteld te zijn door de volle, donsrijke bevedering. De beenkleur is geel. Wyandotten hebben een typi-sche ronde, korte kop. Het ras is rozenkammig, waarbij de doorn de neklijn volgt. De kam zelf is voorzien van kleine opstaande puntjes, het zogenaamde kamwerk. De oorlellen zijn rood en de oogkleur is roodbruin. Eigenschappen De populariteit van de grote Wyandotte is de laatste jaren overtroffen door die van de dwerg-variant van dit ras. De dieren zijn vriendelijk en vertrouwelijk. Mede door hun rustige aard zijn ze erg geschikt voor mensen die graag een paar 'tamme' kippen willen hebben, want ze zijn eenvoudig zeer handtam te krijgen. Ze hebben weinig tot geen neiging om te vliegen en kunnen daarom uitstekend loslopend in de tuin of in een open ren gehouden worden. De dieren zijn sterk en vitaal. Hennen zijn gemakkelijk en betrouwbaar broeds en ze begeleiden hun kroost uitstekend. De eieren hebben diverse kleuren, die variëren van licht getint tot bruin, afhankelijk van de kleurslag. Omdat de hennen vrij veel en ook behoorlijk 'hardnekkig' broeds kunnen zijn, moet u er rekening mee houden dat uw hennen tijdens deze periodes eventueel wat meer persoonlijke zorg verlangen. Bijzonderheden Dieren van dit ras zien er zwaarder uit dan ze in werkelijkheid zijn door de aanmerkelijke hoeveelheid donsveren.

Zijdehoenders.

De zijdehoenders zijn hoogst waarschijnlijk o­ntstaan in China en in Europa geïmporteerd rond 1827. Via diverse handelsroutes werden de zijdehoenders bekend o­nder verschillende namen. Vooral op markten waren ze zeer populair, daar werden ze verkocht als een kruising tussen een kip en een konijn. Zijdehoenders zijn de kleinste van alle hoenders, eigenlijk een half kriel. Ze wegen   o­ngeveer 1000 tot 1600 gram. De vorm van de zijdehoen komt het meest overeen met die van de Cochin kriel. Kenmerken van het ras: het lichaam moet rond zijn, de bevedering zacht, de huid donker en de oorlellen lichtblauw. De hennetjes hebben een bolstaande kuif en de haantjes hebben een typerende, achterwaarts staande kuif. De zijdehoen staat bekend om zijn rustige en vertrouwelijke aard en is makkelijk handtam te maken. De hennetjes staan niet bekend als grote ei-leggers (100 per jaar), maar ze blinken wel uit in het broeden en groot brengen van hun kroost. Omdat de zijdehoen zo’n betrouwbare broedster is, worden ze vaak als pleegmoeder ingezet voor het uitbroeden van fazanten eieren.

Brahma's

Met hun statige, opgerichte houding, flinke donsontwikkeling - waardoor het dier groter lijkt dan het in werkelijkheid is - en zware voetbevedering zijn de Brahma’s nog altijd veelgevraagde hobbykippen. Hun houding zorgt voor een zelfbewuste uitstraling zonder dat ze er wreed of vechtlustig uit zien. Het is een rustige kip met een indrukwekkende verschijningsvorm. Menig hobbyhouder roemt deze ‘’Koning onder de kippenrassen’’  vanwege hun aaibaarheid. Het is een knuffelkip bij uitstek. Kop en kam Opmerkelijk aan de Brahma is de kop. Die is in verhouding tot het lichaam vrij klein, kort en breed met overstekende wenkbrauwen. Opvallend is ook de kam. Die bestaat uit drie naast elkaar liggende kammetjes, de zogenaamde drierijige kam. Deze is klein, stevig en recht op de kop geplaatst. Anders dan bij andere dieren met voetbevedering mogen de Brahma’s geen gierhakken laten zien. Gierhakken zijn veren die in het verlengde van het dijbeen schuin naar achteren groeien. Indien ze aanwezig zijn, moeten deze uit zachte veren bestaan, die naar binnen zijn gericht. Verder is de Brahma vooral groot. De haan weegt vier tot vijf kilo, de hen drie tot vier kilo.

Pauwen

pauw-1 De pauw is beroemd om zijn lange sleep, die hij als een waaier kan opzetten. De sleep bestaat uit zo’n 150 wonderbaarlijk mooie veren. Veel mensen vinden pauwen de mooiste vogels van de wereld. Vrouwtjespauwen hebben geen sleep en ze zien er niet zo opvallend uit als de mannetjes. En dat is maar goed ook, want het vrouwtje broedt. Als zij op het nest zit moet ze zo onzichtbaar mogelijk zijn voor vijanden. Er bestaan drie soorten pauwen: de blauwe pauw, de groene pauw en de Kongopauw.De blauwe pauw komt uit India en Sri Lanka. Het vrouwtje is bruingrijs. De groene pauw leeft in Birma, China, Thailand, Maleisië en op Java. Groene pauwen zijn het grootst en ze staan hoog op de poten. Mannetjes en vrouwtjes zijn groen. Groene pauwen zie je niet vaak, want je kunt ze niet loslaten in parken of bij kinderboerderijen. Ze zijn nogal agressief en de haan wil steeds vechten met andere hanen. Bovendien kunnen groene pauwen absoluut niet tegen de kou. De Kongopauw.In de vorige eeuw werd er nog een pauw ontdekt, midden in Afrika: de Kongopauw. Deze vogel is diepzwart met donkerrood. Hij leeft verstopt in de regenwouden. Hoenders Wilde pauwen vind je in vochtige, hete tropische bosgebieden, in de buurt van water. Helaas worden hun leefgebieden steeds kleiner door het kappen van bomen. Pauwen leven in kleine families. Een haan heeft meestal één tot vijf hennen. Het zijn loopvogels, ze zoeken hun voedsel op de grond. ’s Morgens vroeg en ’s avonds scharrelen ze rond en eten zaden, granen, vruchten, bessen, insecten, wormen en veel groen. Soms pikken ze een vlieg uit de lucht, of vangen een muisje. Ze kunnen heel hard rennen, maar niet zo goed vliegen. Ze slapen in bomen. Voortplanting Aan het einde van de winter wil de pauwhaan gaan paren. Hij begint de aandacht van de hennen te trekken door te schreeuwen, ook midden in de nacht. Zijn roep klinkt als: Ekkoh-Ekkoh en Paaauw-paaauw- paaauw! De hennen geven zachtjes antwoord. De hanen gaan pronken met hun schitterende staart. Ze doen dat niet alleen voor de hennen, maar ook voor andere dieren of voor mensen. Eerst doen de hennen alsof ze het helemaal niet zien. Daarna draaien de vogels een poos om elkaar heen. Uiteindelijk paren de pauwen. Het nest Mannetje en vrouwtje maken hun nest meestal in een kuiltje in de grond tussen de struiken. Maar soms ook in een dikke boom, in een leeg roofvogelnest, of zelfs op een gebouw. Het nest wordt bedekt met wat dorre bladeren of gras. Het vrouwtje legt gewoonlijk vier tot acht bijna-witte eieren. Ze worden niet allemaal tegelijk gelegd. Pas na het vierde ei begint de hen te broeden. Dat doet ze ongeveer 28 dagen. De haan blijft in de buurt. Jonge pauwtjes Jonge pauwtjes worden met veertjes geboren, niet met dons, zoals veel andere kuikens. Ze oefenen al heel jong om te pronken, ze trillen met hun vleugeltjes en zetten hun kleine staartveertjes op. De kuikens worden alleen door de moeder verzorgd. Ze vragen om eten door tegen haar snavel te tikken. Daarna worden ze gevoerd. Waarschuwen In India zijn pauwen al duizenden jaren geliefde ’huisdieren’, dat wil zeggen dat wilde pauwen mensen opzoeken. Ze eten voedselresten en vaak slapen ze in bomen midden in de dorpen. Pauwen komen voor in oeroude volksverhalen, daarin horen pauwen bij de liefde en bij de goden. En het brengt geluk als je een pauwenveer vindt! Nu nog hebben de dorpsbewoners graag pauwen in de buurt. Ze verdelgen slangen, ze eten vooral graag jonge cobra’s. En ze waarschuwen elkaar (en daardoor ook de mensen) met luid geschreeuw als er luipaarden en tijgers in de buurt zijn. Dat zijn hun grootste vijanden. Verspreiding De blauwe pauw kwam vanuit India met handelaars mee naar de landen rond de Middellandse Zee. Ze werden geschonken aan de farao’s in Egypte. Rijke Romeinen gingen pauwen houden als siervogels, maar ook om hun vlees. Bij feestmaaltijden van Romeinse keizers werden enorme schalen vol met tongen en hersens van pauwen op tafel gezet. Later brachten de Romeinen de pauw naar onze streken. Blauwe pauwen kunnen vrij tam worden. Als ze eenmaal gewend zijn aan een plek gaan ze er niet vandoor. Hoewel ze uit hete streken komen, hebben ze geen last van de kou. Ook al is er een warm verblijf, pauwen gaan rustig in een boom zitten slapen, al vriest het dat het kraakt. Siervogels In de 17e eeuw waren pauwen algemene siervogels in parken en tuinen in Europa. Maar ook hier werden hun vlees en hun eieren als luxe lekkernij beschouwd. Door het fokken ontstonden er allerlei nieuwe kleuren. Er bestaan nu crèmekleurige, bonte, sneeuwwitte en zwartvleugel-pauwen. Een keer per jaar zijn pauwen in de rui. Ze verliezen dan hun veren. Pauwenveren werden door de eeuwen heen gebruikt als versiering: bijvoorbeeld op helmen van krijgers, op dameshoeden en in waaiers. Ze zijn afgebeeld op muntstukken en in familiewapens. En ze werden in vazen gezet. Leefgebied Je kunt niet zomaar pauwen gaan houden. Je hebt om te beginnen een groot terrein nodig met bomen. Als pauwen een goed leven hebben, kunnen ze in gevangenschap 20 tot 30 jaar oud worden. Kalkoenen paulus-1kalkoenenvrouw   Kalkoenen zijn grote siervogels uit Noord- en Midden Amerika die in de 16e en 17e eeuw met Spaanse schepen naar Europa zijn overgebracht. Het vlees van de kalkoen bleek namelijk zeer geschikt voor consumptie.  Kalkoenen kunnen uitgroeien tot een hoogte van ruim een meter. Een volwassen kalkoen weegt al gauw tien kilo. De kalkoen heeft een aantal ondersoorten en kent meer dan twintig verschillende rassen, waaronder de Duitse blauwe, de Ronquières en de Sologne. Kenmerkend voor de kalkoen zijn hun de kale kop en de keel- en neuslellen. Net als andere pluimveesoorten zijn kalkoenen groepsdieren, de mannetjes leven meestal gescheiden van de vrouwtjes, hoewel een koppel van een haan met meerdere hennen zeker geschikt is. In een groep kalkoenen heerst een rangorde. Kalkoenen communiceren vooral door middel van geluiden. Het bekendste geluid is wel de roffelende kwakel die de mannetjes laten horen om hun territorium af te bakenen. Huisvesting Kalkoenen kunnen buiten worden gehouden op een afgerasterd terrein. Het hele jaar door zijn ze graag buiten. Ze kunnen goed tegen winterse omstandigheden. Op een te klein oppervlak gaan ze zich al gauw vervelen. Geef ze dus de ruimte en een terrein waar ze wat kunnen onderzoeken. Ze hebben een flink nachthok nodig, met zitstokken. Het nachthok moet goed geventileerd kunnen worden, zodat de kalkoenen over frisse lucht kunnen beschikken. Voorkom dat de dieren op de tocht komen te zitten. Net als kippen nemen kalkoenen graag een zandbad. Voeding en water Er is speciaal kalkoenvoer, meestal in korrelvorm. Dit is verkrijgbaar bij veevoederbedrijven en in de dierenspeciaalzaak. Kalkoenenvoer heeft een hoger eiwitgehalte dan standaard siervogelvoer. Voor jonge kalkoenen is er speciaal opfokvoer. Net als kippen hebben kalkoenen maagkiezel nodig. Brandnetels zijn ook goed voor ze, met als insecten, wormen kleine muizen, kikkers, bessen en vruchten. Ook pakken ze nog wel eens een kuiken van de kip. Het zijn grote vogels dus hebben ze veel water nodig. In de winter kan later op de dag nog wat extra graan worden gegeven. Rauw vlees compenseert het gebrek aan dierlijke eiwitten in de winter. Hanteren Hanen zijn in de regel niet agressief, maar kunnen wel dreigend en uitdagend gedrag vertonen. Geef de haan nooit een schop, want dat ervaart hij als een uitdaging tot een gevecht. Pak de haan zo nu en dan op door hem van achteren te benaderen en beide armen om hen heen te slaan. Til hem op, loop zo enige tijd met de haan rond en werp hem vervolgens van je af. De haan zal zeer onder de indruk zijn. Ziekten Aandoeningen bij kalkoenen zijn worminfecties, huidmaden en hartproblemen. Berucht is Blackhead of Zwartekoppenziekte. in de winter kunnen tenen, poten en lellen bevriezen als deze in aanraking komen met water. Broedsheid en kuikens Pas als een hen acht maanden is, begint ze eieren te leggen. Ze leggen ongeveer elke 3 tot 5 dagen een ei. Kalkoenen worden lang niet zo makkelijk broeds als kippen. Het is het beste om de hen zodra ze eieren gaat leggen, in contact te brengen met de haan. Geef ze de ruimte. En voorzie de hen van een dekje op de rug. Dit voorkomt beschadigingen tijdens de paring. Kalkoenen zijn gewend op de grond een nest te maken. Bescherm het nest tegen indringers. Het kan zijn dat meerdere hennen tegelijkertijd op hetzelfde nest gaan zitten. Als de hen op de eieren blijft zitten, laat haar dan met rust, maar voorzie haar wel geregeld van water en en voedsel. Het broeden duurt 28 dagen. Als de eieren uitkomen, zorg er dan voor dat hen en kuikens een plek hebben waar het lekker warm is.  Op de eerste dag hebben ze een temperatuur van 35 graden nodig, Dat kan elke drie dagen met een graad worden verminderd, totdat de 21 graden is bereikt. Tot acht weken hebben de kuikens voer nodig met een hoog percentage eiwitten: 24 tot 28%. Als ze een week of zeven zijn, kunnen ze naar buiten.