Konijnen & cavia’s

Cavia's

Toen de Spanjaarden in de 16e eeuw Zuid Amerika (o.a. Peru) ontdekten troffen ze daar de cavia, al min of meer gedomesticeerd, in en rond de huizen van de bevolking aan. Ze werden door de Inca -bevolking gehouden voor het vlees en als offerdieren. Of de Spanjaarden de cavia meegenomen hebben naar Europa, of pas later de Engelsen, weet men niet. Wel staat vast dat het dier aan het begin van de l8e eeuw in verschillende Europese landen gehouden werd. Cavia's worden ook wel Guinese biggetjes genoemd. Waarschijnlijk omdat de zeevaarders via Guinea in Afrika naar Europa voeren dankt het diertje aan dit land deze naam. Ten onrechte worden cavia's ook wel marmotten genoemd. Maar met de marmot heeft de cavia geen enkele verwantschap, afgezonderd het feit dat ze beiden knaagdieren zijn. Marmotten komen voor in het Alpengebied, zijn veel groter, houden een winterslaap, zijn verwant aan de eekhoorn, hebben een staart en kunnen niet in gevangenschap gehouden worden. De cavia heeft een nogal afgeronde stompe snuit, kleine bek, lange tastharen, kleine oren, harde dekharen en zijige onderwol. De poten zijn kort en naar verhouding vrij dun, met aan de voorpoten 4 tenen en de achterpoten 3 tenen. In Peru leven de cavia's in grote familiegroepen, kolonies, tussen het hoge steppegras. Overdag verschuilen ze zich in holletjes die ze zelf graven. Ze hebben, voor eigen veiligheid, gevoelige zintuigen om te compenseren dat ze traag zijn en in open veld leven. Ze kunnen goed horen en hebben in vergelijking met veel andere knaagdieren een heel goed ontwikkeld gezichtsvermogen met een groot gezichtsveld, zowel naar voren en opzij als naar boven. Ze kunnen kleuren zien. Cavia's zijn ruim 20 uur -per etmaal wakker, slaapperioden duren ongeveer 10 minuten en treden verspreid over de dag op. Ze hebben geen dag- nachtritme. De cavia ademt ongeveer 120 maal per minuut. Deze snelle ademhaling die we aan de beweging van de neusvleugels kunnen zien is dus geen teken van ziekte. Voelt de cavia zich op zijn gemak dan laat hij een mompelend geluid horen, bij opwinding hoor je een hard gefluit, als alles in orde is (geen gevaar) dan knort of bromt de cavia, sist of gromt hij dan is er iets mis, hij piept om aandacht te krijgen en slist om te imponeren. Voortplanting: het vrouwtje noemt men zeug, het mannetje beer. Na ongeveer 4 maanden zijn jonge cavia's al vruchtbaar. Caviazeugjes staan gemiddeld eens in de zestien dagen een dekking van de beer toe, tijdens of net voor haar vruchtbare uren maakt het zeugje typische knorgeluidjes. Na een draagtijd van ongeveer 65 tot 70 dagen brengt de cavia 2 tot 5 jongen ter wereld. Het zeugje maakt geen nest, dit is niet nodig omdat de jongen volledig behaard en met open ogen worden geborenen spoedig na de geboorte al rondscharrelen (nestvlieders). Ze worden 3 weken door de moeder gezoogd, maar eten al vrij snel na de bevalling mee aan het voedsel van de moeder. Cavia's kunnen 7 tot 15jaar oud worden.

Kleurdwerg konijnen

De Kleurdwerg is een Nederlands ras. Het ras werd naar verluidt omstreeks de jaren '30 in Nederland ontwikkeld uit witte Pooltjes en wilde konijntjes van een klein slag. J. Meyering uit het Betuwse Opheusden wordt als de belang-rijkste fokker beschouwd in de totstandkoming van het ras. Het werd in 1938 voor het eerst door dhr. Hoefman uit Brielle op een tentoonstelling uitgebracht. In 1940 werd het ras officieel als zodanig erkend door de Nederlandse konijnenfokkersvereniging en ondanks het feit dat men in de rasstandaard in wezen alle erkende konijnenkleuren toestond (met uitzondering van kleurpatronen) waren de eerste Kleurdwergen vrijwel allemaal konijngrijs. Er werd destijds een maximum gewicht aangehouden van 1,5 kilo en een maximum oorlengte van 7 cm. Na de Tweede Wereldoorlog is de effen zwarte kleurslag tot ontwikkeling gekomen. Vervolgens ontwikkelden de fokkers ook ijzergrauwe dieren en diverse marterkleuren. Door inkruising van andere rassen werd het kleurengamma van de Kleurdwerg nog verder uitgebreid. De eerste Kleurdwerg met een specifiek kleurpatroon was de Kleur-dwerg met rus uitmonstering. Dit was gedurende lange tijd de enige erkende uitmonstering, maar tegenwoordig komt de Kleurdwerg in vrijwel alle bekende aftekeningen en uitmonsteringen voor. Aan het einde van de jaren '40 kwamen Kleurdwergjes in Engeland terecht, waar ze binnen korte tijd erg populair werden onder de rasnaam Netherland Dwarf. Amerikaanse konijnenliefheb-bers ontdekten de Kleurdwerg pas veellater: de eerste exemplaren werden in 1969 geïmporteerd. Ook in Amerika hield men de rasnaam Netherland Dwarf aan en wist het ras met zijn kleine postuur en uitgebreide kleurengamma al snel de harten van menige Amerikaanse konijnenliefhebber te winnen. Hoewel de Kleurdwerg op het continent apart gekeurd wordt van de Pool, worden beide rassen in zowel Engeland als de Verenigde Staten als een en hetzelfde ras beschouwd. Kleurdwergen hebben doorgaans een levendig karakter. Samen met de pooltjes vormen ze zonder meer het populairste konijnenras ter wereld. Een deel van hun populariteit hebben deze konijnen uiteraard te danken aan hun kleine formaat. Vanwege hun bescheiden postuur kan het ras ook gehouden en gefokt worden door fokkers die minder riant behuisd zijn. Verder komen bij dit ras vrijwel alle kleuren en kleurpatronen voor die we kennen van andere rassen. De Kleurdwergfokker heeft dus keuze te over. Buiten de grote populariteit die dit ras onder fokkers geniet, is het erg in trek als huisdier. Kleurdwergen hebben een sterk gedrongen lichaamsbouw en een erg korte nek. De pootjes zijn fijn en recht en de voetjes zijn kort. Het kopje is bolrond, met een breed voorhoofd en brede wangen. Vanaf de zijkant gezien is het neusbeen sterk gebogen. De ogen zijn relatief groot en bol. De oren zijn smal en fijn van structuur. Ze staan rechtop en dicht tegen elkaar aan. De lengte ervan is ongeveer 5 cm. De standaardisering met betrekking tot het gewicht van de Kleur-dwerg is internationaal niet gelijk. In Nederland mag een konijn van dit ras beslist niet minder wegen dan 8 ons en niet meer dan 1 kilo, terwijl het in bijvoorbeeld Engeland en de Verenigde Staten een paar ons meer mag wegen en in overige landen in Europa zelfs een halve kilo meer. De beharing van de Kleurdwerg is kort, heeft een sterke glans en voelt zacht aan.